ECLI:NL:RBDHA:2022:10829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid niet veilig land Armenië
Eisers, van Armeense nationaliteit, vroegen asiel aan met het relaas dat zij vanwege betrokkenheid bij het Nagorno-Karabach conflict en persoonlijke bedreigingen gevlucht zijn. Verweerder wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat Armenië als veilig land van herkomst geldt en eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat dit in hun geval anders is.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het standpunt van eisers dat Armenië ten onrechte als veilig land is aangemerkt, onvoldoende onderbouwd was. De rechtbank vond dat verweerder terecht het USDOS-rapport en andere elementen betrok bij de beoordeling en dat de tegenstrijdigheden en vaagheden in de verklaringen van eisers afbreuk deden aan hun geloofwaardigheid.
Ook het betoog dat eiseres een nieuw paspoort in Georgië had verkregen werd niet geloofd vanwege tegenstrijdige gegevens in EU-vis. De rechtbank concludeerde dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat Armenië in hun specifieke omstandigheden niet als veilig land kan worden aangemerkt en wees de beroepen af.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de aanvragen afgewezen.