ECLI:NL:RBDHA:2022:10854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familielid van een Nederlandse referent, maar deze is afgewezen omdat hij geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft. Verweerder heeft de belangenafweging gemaakt waarbij het Nederlandse belang zwaarder woog dan het belang van eiser om in Nederland te verblijven.
Eiser voerde aan dat er objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Nigeria voort te zetten, dat hij gevaar loopt in Nigeria, en dat de hardheidsclausule had moeten worden toegepast. Ook stelde hij dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt en dat de omstandigheden van eiser onvoldoende zwaarwegend zijn om af te wijken van het mvv-vereiste.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen geldige mvv heeft en dat het Nederlandse belang bij naleving van de verblijfsregels zwaarder weegt dan het belang van eiser. De hardheidsclausule is terecht niet toegepast omdat de situatie van eiser niet uitzonderlijk is. Ook is de hoorplicht niet geschonden omdat vooraf duidelijk was dat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en een zorgvuldige belangenafweging.