ECLI:NL:RBDHA:2022:10856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 2000 wegens ontbreken moederschap en afhankelijkheidsrelatie
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij zij zich beroept op het arrest Chavez-Vilchez en het rechtmatig verblijf bij haar minderjarige Nederlandse zoon. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet heeft aangetoond dat zij de moeder is van het kind en onvoldoende bewijs heeft geleverd van daadwerkelijke zorgtaken of een zodanige afhankelijkheidsrelatie dat het kind bij weigering van het verblijfsdocument de Europese Unie zou moeten verlaten.
Eiseres heeft diverse documenten overgelegd, waaronder een geboorteakte, huwelijksakte en een akte van erkenning, maar de rechtbank concludeert dat deze stukken onvoldoende zijn om het moederschap aan te tonen. De overgelegde geboorteakte betreft een ander kind en er is geen bewijs dat eiseres de dagelijkse zorg voor het kind verricht. Ook de stelling dat het kind vanwege leerplicht niet langer in de Dominicaanse Republiek kon verblijven, verandert hier niets aan.
De rechtbank verwijst naar het arrest Chavez-Vilchez en het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000, waarin is bepaald dat de vreemdeling de gegevens moet aanleveren waaruit het verblijfsrecht blijkt en dat vervolgens de autoriteiten moeten toetsen of er een afhankelijkheidsrelatie bestaat. Omdat eiseres dit niet heeft aangetoond, is het beroep ongegrond verklaard. Verder is geoordeeld dat verweerder niet verplicht was advies te vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming en het kind niet hoefde te horen.
De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiseres niet tot proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson op 1 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van moederschap en afhankelijkheidsrelatie.