ECLI:NL:RBDHA:2022:10875

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2022
Publicatiedatum
21 oktober 2022
Zaaknummer
NL21.20399 en NL21.20406
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Armeense verzoekers

Verzoekers, van Armeense nationaliteit, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 december 2021 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld en tevens werd een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 8 februari 2022, waarbij verzoekers verschenen en werden bijgestaan door hun gemachtigde en een tolk. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Gezien de uitspraak op het beroep in de zaken NL21.20398 en NL21.20405, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier R.G.A. Beijen op 11 februari 2022.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep inmiddels is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.20399 en NL21.20406

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] (verzoeker) en [verzoekster] (verzoekster), verzoekers V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
mede namens hun minderjarige kind (gemachtigde: mr. F. Lavell),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluiten van 24 december 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL21.20398 en NL21.20405, op 8 februari 2022 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Markarian. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekers zijn van Armeense nationaliteit. Verzoeker is geboren op [geboortedatum 1] 1995. Verzoekster is geboren op [geboortedatum 2] 1999.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.20398 en NL21.20405 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
11 februari 2022
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. G.P. Loman R.G.A. Beijen
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.