ECLI:NL:RBDHA:2022:10875
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Armeense verzoekers
Verzoekers, van Armeense nationaliteit, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 december 2021 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld en tevens werd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 8 februari 2022, waarbij verzoekers verschenen en werden bijgestaan door hun gemachtigde en een tolk. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak op het beroep in de zaken NL21.20398 en NL21.20405, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier R.G.A. Beijen op 11 februari 2022.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep inmiddels is beslist.