ECLI:NL:RBDHA:2022:10896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en eigen bijdrage woningaanpassing Wmo
Eiser kreeg in 2017 een woningaanpassing toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), welke begin 2018 werd gerealiseerd. In 2019 legde het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een eigen bijdrage op voor deze maatwerkvoorziening, welke vanaf 2020 betaald moest worden. Eiser maakte bezwaar tegen deze eigen bijdrage, stellende dat hem vooraf nooit was meegedeeld dat hij deze bijdrage zou moeten betalen en dat een achteraf opgelegde eigen bijdrage niet mogelijk is.
De rechtbank overweegt dat het bezwaar feitelijk gericht is tegen het besluit van 12 december 2019 waarin de eigen bijdrage werd opgelegd. Hoewel het college bij de oorspronkelijke toekenning niet bevoegd was om een eigen bijdrage te heffen, was de regelgeving daarna gewijzigd waardoor het college bij het primaire besluit wel bevoegd was om een eigen bijdrage op te leggen. Het college heeft bovendien een redelijke overgangstermijn gehanteerd en de bijdrage niet met terugwerkende kracht opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd was om de eigen bijdrage op te leggen en dat eiser niet kan worden verweten dat hij destijds geen rekening hield met een eigen bijdrage. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college is bevoegd geacht de eigen bijdrage op te leggen.