ECLI:NL:RBDHA:2022:10937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken bloedwraak en bescherming in Algerije
Eiser, een Algerijnse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na een incident waarbij hij werd neergestoken in het kader van een persoonlijke vete. Hij stelde dat hij en zijn familie het doelwit waren van bloedwraak, wat hem een reëel risico op ernstige schade zou opleveren.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de situatie volgens hem niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De rechtbank oordeelde dat eiser niet tot een sociale groep behoort die beschermd moet worden en dat er geen sprake is van een bloedvete, maar van een individuele vete gericht op eiser alleen.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de Algerijnse autoriteiten geen bescherming kunnen bieden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het asielverzoek gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.