ECLI:NL:RVS:2018:3735
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bescherming van vrouwen met westerse levensstijl onder het vluchtelingenrecht
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt de vraag of vrouwen die in Nederland een westerse levensstijl hebben aangenomen, beschermd worden door het Vluchtelingenverdrag, het EVRM en de Europese asielrichtlijnen. De zaak betreft een gezin uit Afghanistan waarvan de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd zijn ingetrokken door de staatssecretaris, omdat de moeder en haar kinderen niet langer als alleenstaande vrouwen konden worden aangemerkt.
De Afdeling oordeelt dat een westerse levensstijl op zichzelf geen godsdienstige of politieke overtuiging is en dat vrouwen met een dergelijke levensstijl geen specifieke sociale groep vormen in de zin van het vluchtelingenrecht. Van deze vrouwen mag worden verwacht dat zij zich bij terugkeer aanpassen aan de normen en waarden van hun land van herkomst. Alleen indien een vreemdeling aannemelijk maakt dat haar westerse levensstijl een uiting is van een godsdienstige of politieke overtuiging, kan zij aanspraak maken op bescherming.
De staatssecretaris heeft onvoldoende onderzocht of de vreemdeling zich daadwerkelijk niet kan aanpassen en daardoor een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op onmenselijke behandeling loopt. De rechtbank heeft de intrekkingsbesluiten terecht vernietigd vanwege ondeugdelijke motivering. De Afdeling bevestigt deze uitspraak en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak heeft een zaaksoverstijgende strekking en biedt richtlijnen voor vergelijkbare zaken.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunningen is vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.