ECLI:NL:RBDHA:2022:10943
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon met een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene in Spanje, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland met als doel verblijf bij zijn familie. Deze aanvraag werd afgewezen omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van dit vereiste kon krijgen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg om een voorlopige voorziening om de plicht tot vertrek uit Nederland op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege de dreiging van uitzetting, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.
De rechtbank overwoog dat het familieleven tussen verzoeker, zijn echtgenote en minderjarige kinderen beschermenswaardig is, maar dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een objectieve belemmering bestaat om het familieleven in Spanje of Marokko voort te zetten. Ook de medische situatie van de echtgenote en de zorg voor de kinderen rechtvaardigen geen onredelijke hardheid. De belangenafweging van de staatssecretaris was zorgvuldig en terecht negatief voor verzoeker.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.