Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar asielaanvraag, nadat de rechtbank eerder had bepaald dat binnen acht weken opnieuw een besluit moest worden genomen.
De rechtbank constateert dat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen.
Vanwege de tijdelijke wet die het opleggen van bestuurlijke dwangsommen in asielzaken beperkt, kan de rechtbank geen bestuurlijke dwangsom vaststellen. Wel legt zij een dwangsom op van €100 per dag overschrijding, met een maximum van €7.500, conform artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €379,50, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde en het beperkte onderwerp van het geschil.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M. van Ettikhoven, en is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2022.