Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
18. In artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet, zoals die geldt sinds 11 juli 2021, is bepaald dat de artikelen 4.17 tot en met 4.19 van de Awb (die deel uitmaken van afdeling 4.1.3) niet van toepassing zijn op een besluit op asielaanvragen voor bepaalde tijd. Voor zover eiseres betoogt dat het niet verbeuren van een bestuurlijke dwangsom ook strijd oplevert met het Unierecht faalt dat betoog. De rechtbank volgt op dit punt niet de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch, van 22 april 2022. Voor zover in de Tijdelijke wet, zoals die geldt sinds 11 juli 2021, is bepaald dat verweerder geen bestuurlijke dwangsom verbeurt verwijst de rechtbank naar de overwegingen 8.3 en 9.4 in de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem [7] . Uit die overwegingen volgt dat het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom geen strijd oplevert met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, waaronder begrepen het bepaalde in artikel 47 van Pro het Handvest. De rechtbank maakt die overwegingen, voor zover die betrekking hebben op het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom, tot de hare.