Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 augustus 2022, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident ex art. 843a Rv tevens voorwaardelijke eis tot opheffing van beslag, met producties.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele zaak vorderen GT c.s. nakoming van contractuele verplichtingen door NCIM, waaronder naleving van een non-concurrentie- en non-wervingsbeding, en een schadevergoeding van €2.776.000. Tevens is een exhibitie-incident aanhangig waarin GT c.s. inzage en afschrift van bescheiden vordert die op bewijsbeslag zijn gelegd bij NCIM. Deze bescheiden betreffen onder meer contracten, correspondentie, facturen en communicatie met oud-consultants en NAVO-lichamen.
De rechtbank stelt dat aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 843a Rv moet worden voldaan voor toewijzing van de exhibitie, waaronder rechtmatig belang en het betreffen van bepaalde bescheiden binnen een rechtsbetrekking. Het debat hierover is echter onvoldoende uitgekristalliseerd en NCIM heeft uitzonderingen ingeroepen waarop GT c.s. nog niet hebben gereageerd.
Daarom wordt de beslissing over het exhibitie-incident aangehouden tot na de mondelinge behandeling in de hoofdzaak, waarbij ook de provisionele vordering tot opheffing van het bewijsbeslag door NCIM aan de orde zal komen. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over het exhibitie-incident aan tot na de mondelinge behandeling in de hoofdzaak.