Eiser, met de Iraakse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel die door verweerder was verlengd tot 30 november 2022. Verweerder constateerde dat eiser sinds juni 2019 was ingeschreven in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI), wat betekent dat hij niet op een adres in Nederland stond geregistreerd. Verweerder stuurde meerdere aangetekende brieven naar het laatst bekende adres van eiser, zonder reactie.
Op 25 juni 2020 nam verweerder het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht en weigerde een reguliere verblijfsvergunning en uitstel van vertrek. Eiser stelde op 5 november 2021 beroep in, ruim na de beroepstermijn. Hij stelde dat het besluit pas op 3 november 2021 aan zijn gemachtigde was bekendgemaakt, waardoor het beroep tijdig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt door toezending aan het laatst bekende adres, ook al was dat adres niet actueel. Het niet doorgeven van een adreswijziging is voor risico van eiser. De rechtbank verwierp het beroep van eiser dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege psychische problemen, omdat dit niet was onderbouwd. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank deed geen inhoudelijk oordeel.