ECLI:NL:RBDHA:2022:11128

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2022
Publicatiedatum
27 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.15857
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 29 Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking Dublin-besluit

De zaak betreft een verzoek om proceskostenvergoeding door een asielzoeker tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris had aanvankelijk het asielverzoek niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht. De asielzoeker stelde beroep in tegen dit besluit.

Op 29 september 2022 trok de staatssecretaris het bestreden besluit in, waarna de asielaanvraag in de nationale procedure werd opgenomen. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming is, maar een gevolg van het verstrijken van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening. Daarom is geen reden om de staatssecretaris te veroordelen tot proceskostenvergoeding. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.15857

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Op 29 september 2022 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft op 20 oktober 2022 gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb [1] zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. Bij brief van 29 september 2022 heeft verweerder aan de rechtbank laten weten dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken en dat de asielaanvraag van verzoeker in de nationale asielprocedure zal worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening [2] is verstreken. Gelet hierop zal verzoeker worden opgenomen in de nationale procedure.
2. Er kan aanleiding bestaan om verweerder met toepassing van artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. Het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag van verzoeker is echter geen tegemoetkoming, maar alleen een gevolg van tijdsverloop. [3]
De rechtbank zal verweerder daarom niet veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
3. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
3.Zie ook de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:182) en 3 maart 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:658).