ECLI:NL:RVS:2021:182
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een vreemdelingenzaak. Tijdens de procedure trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De staatssecretaris had het besluit van 2 april 2020 ingetrokken en verklaarde dat de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale asielprocedure zou worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening was verstreken. De Afdeling overwoog dat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming is, maar een gevolg van tijdsverloop.
Op grond hiervan wees de Afdeling het verzoek af en oordeelde dat de staatssecretaris niet gehouden is tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzitter N. Verheij en leden E. Steendijk en J.J. van Eck, in aanwezigheid van griffier T. van Goeverden-Clarenbeek.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het intrekken van het hoger beroep geen tegemoetkoming door de staatssecretaris inhoudt.