ECLI:NL:RBDHA:2022:11199
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid terugkeerbesluit en inreisverbod voor vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, van Albanese nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege het bezit van een vals identiteitsbewijs en het onrechtmatig verblijf in Nederland.
Eiser betwistte het besluit en voerde aan dat het terugkeerbesluit onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat niet duidelijk was naar welk land hij zou worden uitgezet. De rechtbank oordeelde dat eiser tijdens het gehoor had bevestigd geen rechtmatig verblijf te hebben en geen bewijs had geleverd van een verblijfsrecht in Nederland of een andere lidstaat.
Verder stelde de rechtbank vast dat het terugkeerbesluit ondubbelzinnig aangaf dat eiser naar Albanië of een nog vast te stellen land van bestemming moet terugkeren, wat voldoende rechtsbescherming biedt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod werd gehandhaafd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.