ECLI:NL:RBDHA:2022:11206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling wegens ontbrekende stukken
Eiser diende op 28 mei 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel medische behandeling. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet alle vereiste medische documenten binnen de gestelde termijn had overgelegd. Ondanks meerdere uitstelverzoeken heeft eiser niet de ontbrekende medische bewijsstukken van een internist-nefroloog en huisarts aangeleverd.
Eiser betoogde dat hij wel relevante medische gegevens had ingediend en dat het ontbreken van een bijlage niet tot buiten behandelingstelling had mogen leiden, mede omdat hij afhankelijk was van zijn artsen voor het aanleveren van de ontbrekende stukken. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen, aangezien eiser niet aan de voorwaarden voor een volledige aanvraag had voldaan.
De rechtbank benadrukte dat het aan eiser zelf was om een compleet dossier met relevante medische informatie te overleggen en dat het Bureau Medische Advisering (BMA) pas een advies uitbrengt als de aanvraag compleet is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling wordt ongegrond verklaard.