Eiseres, een Poolse nationaliteit houdende vrouw zonder rechtmatig verblijf in Nederland, is op 11 oktober 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft de maatregel gemotiveerd met het risico dat eiseres zich aan het toezicht zou onttrekken, mede vanwege het feit dat zij niet heeft voldaan aan haar vertrekplicht en geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.
Eiseres betwistte de gronden voor de bewaring, met name dat zij niet tijdig op de hoogte zou zijn gesteld van het vertrekbesluit en dat zij zich niet aan de verplichtingen kon houden vanwege haar onrechtmatige verblijf. De rechtbank oordeelde dat eiseres geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van het vertrekbesluit, mede omdat zij bezwaar had gemaakt tegen het primaire besluit en niet uit eigen beweging aan haar vertrekplicht heeft voldaan.
De rechtbank vond dat het risico op onttrekking terecht was aangenomen en dat een minder ingrijpende maatregel niet effectief zou zijn, omdat eiseres geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en zich niet heeft ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.