ECLI:NL:RBDHA:2022:11384
Rechtbank Den Haag
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft op 15 oktober 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft op 9 december 2021 een terugnameverzoek ingediend bij Frankrijk op grond van de Dublinverordening, maar dit verzoek op 17 mei 2022 ingetrokken en de aanvraag in de nationale procedure opgenomen.
Eiser stelde verweerder bij brief van 23 juni 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 12 juli 2022 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten omdat geen van beide partijen gebruik wilde maken van het recht op mondelinge behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn op 17 mei 2022 is begonnen en op 25 juni 2022, de datum van ontvangst van de ingebrekestelling, de termijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.