ECLI:NL:RVS:2019:838
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-behandeling asielaanvraag wegens onjuiste toepassing Dublinverordening
De vreemdeling diende op 3 september 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam het verzoek op 21 maart 2017 niet in behandeling, omdat Oostenrijk aanvankelijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Na een reeks verzoeken tot heroverweging wees Oostenrijk het verzoek pas op 17 januari 2017 alsnog toe.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wees uit dat Nederland reeds vanaf 5 november 2016 verantwoordelijk was, omdat Oostenrijk niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken op het heroverwegingsverzoek had gereageerd. Dit betekent dat de staatssecretaris onterecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat de staatssecretaris een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.