Uitspraak
- [verzoeker 1] , vergezeld door zijn ouders,
- de heer [schuldhulpverlener] en stagiaire [stagiaire] (Plangroep).
BESLISSING
- wijst het verzoek af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van [verzoeker 1] om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Hoewel sprake is van een problematische schuldensituatie, oordeelt de rechtbank dat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan. Dit betreft onder meer boetes van het CJIB en schade aan gehuurde woning die verwijtbaar is aan de verzoeker.
Daarnaast is de verzoeker sinds december 2020 onder beschermingsbewind geplaatst geweest, dat in september 2022 is opgeheven. De verzoeker ontvangt een PW-uitkering en is arbeidsgeschikt met afstand tot de arbeidsmarkt, maar heeft sinds een rapportage in juli 2021 geen actie ondernomen om te re-integreren. De schuldhulpverlener rapporteert dat de verzoeker meerdere keren niet op afspraken verscheen.
De rechtbank concludeert dat de verzoeker onvoldoende proactief is en onvoldoende inzicht heeft in de WSNP-verplichtingen. Gezien de aard van de schulden en het gedrag van de verzoeker is het niet te verwachten dat hij aan de verplichtingen zal voldoen. Daarom wordt het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en onvoldoende aannemelijkheid dat de verplichtingen zullen worden nagekomen.