Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, is op 20 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. Het geschil richt zich nu op de periode daarna. Eiser betoogt dat de overdracht binnen zes weken na acceptatie van de Dublin-claim had moeten plaatsvinden en dat de bewaring daardoor onrechtmatig lang duurt.
De rechtbank oordeelt dat de termijn van zes weken pas begint te lopen nadat het beroep van eiser tegen het overdrachtsbesluit zijn opschortende werking verliest. Omdat eiser zelf beroep heeft ingesteld en een voorlopige voorziening is toegewezen, heeft het beroep opschortende werking. Hierdoor duurt de bewaring nog steeds rechtmatig voort.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.