ECLI:NL:RBDHA:2022:9030

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 september 2022
Publicatiedatum
8 september 2022
Zaaknummer
NL22.16319
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwVreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen bewaring wegens onrechtmatig verblijf in Nederland ongegrond verklaard

Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, werd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. Eiser stelde dat hij rechtmatig binnen de EU verblijft vanwege een asielaanvraag in Slowakije en betwistte de rechtmatigheid van de bewaring.

De rechtbank stelde vast dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser op 27 augustus 2020 een asielaanvraag in Slowakije heeft gedaan, waarop nog geen beslissing is genomen. Tevens verklaarde eiser asiel te willen aanvragen in Nederland. Gezien deze feiten en de toepassing van de Dublinverordening was de bewaring gerechtvaardigd.

De rechtbank oordeelde dat de maatregel op goede gronden was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en zag zij geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.16319

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. van Akenborgh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Bij besluit van 20 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 31 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1980 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Eiser stelt dat hij een verblijfsrecht heeft in Slowakije en hij verblijft daarom rechtmatig binnen de EU. [2] Eiser twijfelt daarom of gesteld kan worden dat hij onrechtmatig in Nederland verblijft. Gelet op deze twijfel had de maatregel niet opgelegd mogen worden en is deze van meet af aan onrechtmatig, aldus eiser.
3. Vaststaat dat uit Eurodac blijkt dat eiser eerder (27 augustus 2020) een asielaanvraag heeft gedaan in Slowakije, waarop nog niet is beslist. Verder staat vast dat eiser thans heeft verklaard asiel te willen aanvragen in Nederland. Onder deze omstandigheden is eiser terecht op grond van artikel 59a van de Vw in bewaring kunnen worden gesteld, nu concrete aanknopingspunten aanwezig zijn dat de Dublinverordening [3] op eiser van toepassing is. Gelet op de overigens niet betwiste zware en lichte gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen, heeft verweerder eiser verder op goede gronden in bewaring gesteld.
4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Europese Unie.
3.Verordening (EU) nr. 604/2013.