ECLI:NL:RBDHA:2022:11475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens illegaal verblijf en ontbreken vrije termijn
Eiser, met de Albanese nationaliteit, kreeg op 13 december 2021 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat hij het Schengengebied was binnengekomen met een geldig paspoort en recht had op een vrije termijn om te reizen en verblijven.
De rechtbank oordeelde dat eiser de intentie had om illegaal naar het Verenigd Koninkrijk te reizen en daardoor niet voldeed aan de voorwaarden van de Schengengrenscode voor een vrije termijn. Omdat hij onrechtmatig verbleef en geen melding had gemaakt van zijn verblijf, was het terugkeerbesluit terecht opgelegd. De rechtbank vond de motivering van de staatssecretaris voldoende en wees het beroep af.
Eiser had geen economische banden, geen woon- of verblijfsplaats in Nederland en geen medische bezwaren tegen terugkeer. De rechtbank concludeerde dat het risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, waardoor het inreisverbod en het ontbreken van een vrije termijn gerechtvaardigd waren. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.