ECLI:NL:RBDHA:2022:11500

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2022
Publicatiedatum
4 november 2022
Zaaknummer
NL22.994 en NL22.995
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep asiel na vrijwillig vertrek uit Nederland

Eiser heeft op 14 december 2021 een asielaanvraag ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 16 januari 2022 afgewezen als kennelijk ongegrond, en tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar opgelegd.

Uit stukken van de Internationale Organisatie voor Migratie blijkt dat eiser op 27 januari 2022 uit eigen beweging Nederland heeft verlaten. Hierdoor is komen vast te staan dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het afwijzingsbesluit.

De rechtbank heeft op 10 februari 2022 het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, waarbij partijen niet verschenen. Gezien het ontbreken van belang verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.994 en NL22.995

uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).

ProcesverloopBij besluit van 16 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook is eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaren opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL22.994) ingesteld. Ook heeft eiser een verzoek om een voorlopige voorziening (NL22.995) ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 10 februari 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 14 december 2021 onderhavige asielaanvraag ingediend.
2. Uit de door verweerder overgelegde stukken, namelijk de brief van de Internationale organisatie voor Migratie (IOM) Nederland van 28 januari 2022 met daarbij gevoegd een door eiser ondertekende vertrekverklaring en een ‘emergency travel certificate’, is gebleken dat eiser uit eigen beweging op 27 januari 2022 Nederland heeft verlaten.
3. Op 3 februari 2022 heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat sinds het vertrek van eiser naar Nigeria alle contanten met hem zijn verbroken en zij niet op zitting zal verschijnen.
4. Op grond van het voorgaande moet worden aangenomen dat eiser niet langer prijs stelt op internationale bescherming in Nederland, zodat hij geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, nu het beroep niet-ontvankelijk is verklaard en er niet langer sprake is van connexiteit.
6. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wijs het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Petersen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan, voor zover deze ziet op het beroep, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.