ECLI:NL:RBDHA:2022:11502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid werkzaamheden en foto Evin gevangenis
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan met als grond dat hij als elektricien in de Evin gevangenis werkte en daar een foto maakte van een geëxecuteerde gevangene, waarna hij vervolging vreest bij terugkeer. Verweerder erkende zijn identiteit maar achtte zijn verhaal over de werkzaamheden en het maken van de foto ongeloofwaardig.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende details kon geven over de gevangenisomgeving ondanks zijn vermeende langdurige werkperiode. Ook kon hij geen arbeidsovereenkomst overleggen, terwijl dit volgens Iraanse wetgeving gebruikelijk is. Het overgelegde document van de Sociale Zekerheidsorganisatie werd niet als overtuigend bewijs geaccepteerd vanwege mogelijke fraude en gebrek aan specificiteit.
Daarnaast achtte de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiser een telefoon mee naar binnen kon nemen vanwege strenge controles en dat hij onopgemerkt een foto kon maken in een ruimte met bewaking. Het risico dat hij zou nemen was niet aannemelijk, ook niet met het argument van ontevredenheid over werkomstandigheden.
Eiser stelde ook dat hij vervolging en een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en het Antifolterverdrag vreest, maar dit werd verworpen omdat het asielrelaas als ongeloofwaardig werd beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.