ECLI:NL:RBDHA:2022:11503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardige bedreigingen door politieke betrokkenheid
Eiser, een Colombiaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen die hij zou hebben ontvangen vanwege zijn werkzaamheden voor een politieke partij in Colombia. Hij stelde dat meerdere vrienden van hem vanwege soortgelijke werkzaamheden waren vermoord en dat hij vreest hetzelfde lot te ondergaan.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat eiser vaag en summier had verklaard over zijn betrokkenheid bij de politieke partij en de aard van de bedreigingen. Eiser kon zijn werkzaamheden niet concreet toelichten en leverde geen ondersteunende documenten. Ook waren zijn verklaringen over de bedreigingen inconsistent en onvoldoende gespecificeerd.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris niet onterecht had geoordeeld dat de verklaringen van eiser ongeloofwaardig waren. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk bedreigd werd vanwege zijn politieke activiteiten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.