ECLI:NL:RBDHA:2022:11503

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2022
Publicatiedatum
4 november 2022
Zaaknummer
NL21.11103
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardige bedreigingen door politieke betrokkenheid

Eiser, een Colombiaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen die hij zou hebben ontvangen vanwege zijn werkzaamheden voor een politieke partij in Colombia. Hij stelde dat meerdere vrienden van hem vanwege soortgelijke werkzaamheden waren vermoord en dat hij vreest hetzelfde lot te ondergaan.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat eiser vaag en summier had verklaard over zijn betrokkenheid bij de politieke partij en de aard van de bedreigingen. Eiser kon zijn werkzaamheden niet concreet toelichten en leverde geen ondersteunende documenten. Ook waren zijn verklaringen over de bedreigingen inconsistent en onvoldoende gespecificeerd.

De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris niet onterecht had geoordeeld dat de verklaringen van eiser ongeloofwaardig waren. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk bedreigd werd vanwege zijn politieke activiteiten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.11103

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser, V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. G.P.G. Willemse-Schoenmakers),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).

ProcesverloopBij besluit van 15 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 10 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M.A. Vissers. De gemachtigde van verweerder is, met voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1968 en heeft de Colombiaanse nationaliteit. Aan zijn asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij meerdere keren met de dood is bedreigd vanwege zijn werkzaamheden voor de politieke partij [politieke partij]. Een drietal vrienden is vanwege hun werkzaamheden voor [politieke partij] vermoord en eiser vreest dat hij bij terugkeer naar Colombia ook zal worden vermoord.
2. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De gestelde doodsbedreiging vanwege de betrokkenheid van eiser bij en zijn werkzaamheden voor [politieke partij] heeft verweerder echter niet geloofwaardig geacht. Volgens verweerder heeft eiser hierover namelijk tegenstrijdige, vage en summiere verklaringen afgelegd en ook heeft eiser nagelaten zijn verklaringen met relevante documenten te onderbouwen.
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
3. Eiser vindt dat verweerder ten onrechte ongeloofwaardig acht dat hij met de dood is bedreigd vanwege zijn betrokkenheid bij en zijn werkzaamheden voor [politieke partij].
4. Verweerder heeft in zijn verweerschrift gemotiveerd op de beroepsgronden gereageerd.
5. Op de specifieke argumenten van partijen gaat de rechtbank hierna in, voor zover dat nodig is.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Werkzaamheden [politieke partij]
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser vaag en summier heeft verklaard over zijn betrokkenheid bij en werkzaamheden voor [politieke partij]. Nu eiser stelt dat hij gedurende drie jaar werkzaamheden voor [politieke partij] heeft verricht, valt niet in te zien dat hij niet in staat is het logo juist te beschrijven en hij desgevraagd niet duidelijk kan aangeven wat zijn werkzaamheden voor [politieke partij] precies inhielden en wie hem de opdracht voor zijn taken gaf. Ook heeft eiser geen relevante documenten overgelegd die zijn gestelde werkzaamheden aantonen. Verweerder heeft zich bovendien niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet valt in te zien dat eiser na de gestelde bedreiging op 18 april 2019 en de moord op zijn vriend Marciano Cuero op 20 december 2019 zijn werkzaamheden voor [politieke partij] nog tot aan de moorden op Borja en Giraldo op 30 januari 2020 zou hebben voortgezet.
Gestelde bedreiging 18 april 2019
7. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de gestelde bedreiging door twee gemaskerde mannen op een motor. Zo kan eiser niet beschrijven hoe de mannen eruitzagen en weet eiser niet te specificeren wie de mannen zijn en namens wie deze mannen hem hebben bedreigd. Eiser blijft steken algemene omschrijvingen zoals ‘personen die gestuurd worden door hoge functionarissen’ [1] en ‘de functionarissen, de autoriteiten werken samen met de paramilitairen’ [2] en ‘dezelfde mensen die bij de gemeente of het gemeentehuis horen (….) deze mensen zoeken groeperingen zoals de paramilitairen op’. [3] Ook is opmerkelijk dat eiser heeft verklaard dat hij na de gestelde bedreiging gewoon naar zijn werk is gegaan, nu die bedreiging een heftige gebeurtenis betreft.
Verdere bedreigingen
8. Met betrekking tot de verdere bedreigingen heeft verweerder niet ten onrechte opmerkelijk geacht dat eiser vanaf de eerste bedreiging op 18 april 2019 tot aan de gestelde telefonische bedreiging begin februari 2020 niets meer van zijn bedreigers zou hebben vernomen. Met betrekking tot die gestelde telefonische bedreiging heeft eiser bovendien slechts summier verklaard, nu hij desgevraagd niet heeft kunnen specificeren welke persoon of welke organisatie hem heeft bedreigd, op welke dag en welk tijdstip dit telefoontje plaatsvond en waarom hij vanwege zijn werkzaamheden voor de [politieke partij] werd bedreigd. Dat eiser gevreesd zou worden omdat hij de politieke partij zou kunnen voortzetten, heeft verweerder gelet op de geringe aard en omvang van eisers werkzaamheden niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Ook heeft eiser wisselend verklaard over de reden dat hij geen aangifte heeft gedaan van de telefonische bedreiging, nu hij eerst aangeeft dat dit is omdat het OM [4] medeplichtig is aan corruptie, maar hij later verklaart dat dit is omdat hij de namen van de betreffende bedreigers niet weet. [5] Ten slotte is de rechtbank met verweerder van oordeel dat ook de door eiser overgelegde algemene informatie met betrekking tot [politieke partij] niet tot een ander oordeel leidt, nu die informatie geen betrekking heeft op eisers persoonlijke situatie.
Conclusie
9. De aanvraag is op goede gronden afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
10. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr.A.M. Petersen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Nader gehoor, pagina 7.
2.Nader gehoor, pagina 7.
3.Nader gehoor, pagina 17-18.
4.Nader gehoor, pagina 4-5.
5.Nader gehoor, pagina 13.