ECLI:NL:RBDHA:2022:11510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens strafrechtelijke schulden en gebrek aan goed vertrouwen
De heer A bevindt zich in een problematische schuldensituatie en verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek op 27 oktober 2022 en oordeelde op 3 november 2022.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek moet worden afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 sub c van Pro de Faillissementswet, omdat de heer A schulden heeft die voortvloeien uit onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen. Op 24 februari 2022 werd hij veroordeeld tot een taakstraf en een geldboete van €1.000,-, en op 2 september 2022 tot een taakstraf en schadevergoedingsmaatregelen van bijna €9.947, beide veroordelingen zijn onherroepelijk.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat een aanzienlijk deel van de schuldenlast niet te goeder trouw is ontstaan, met name belastingschulden aan de Belastingdienst van ruim €84.000,- die bewust niet zijn voldaan. Ook ontbreekt de verwachting dat de heer A aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen, aangezien hij een uitkering ontvangt zonder medische vrijstelling van sollicitatieplicht en zonder bewijs van arbeidsongeschiktheid.
Gelet op deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP af.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen wegens schulden uit onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen, niet te goeder trouw ontstane belastingschulden en het ontbreken van de verwachting dat aan de verplichtingen zal worden voldaan.