ECLI:NL:RBDHA:2022:11539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet heeft betwist dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is. De staatssecretaris heeft gemotiveerd dat Duitsland het asielverzoek zal behandelen conform Europese richtlijnen en dat er geen sprake is van uitzetting in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Eiser heeft dit niet gemotiveerd betwist.
Verder heeft de rechtbank overwogen dat eventuele schendingen van rechten in Duitsland eerst in Duitsland moeten worden aangevochten. Het feit dat eiser geen asielgehoor in Duitsland heeft gehad, leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat eiser aangaf niet in Duitsland te willen blijven.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.