ECLI:NL:RBDHA:2022:11596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent woonprobleem en voorzienbaarheid
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring omdat haar woning te klein is voor haar gezin met zes kinderen, waarvan twee kinderen speciaal onderwijs volgen. Verweerder wees het verzoek af op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, omdat te klein wonen geen urgent woonprobleem oplevert en het woonprobleem voorzienbaar was doordat het gezin na intrek in de woning is uitgebreid.
Eiseres betoogde dat het woonprobleem leidt tot leerachterstanden en ongeschikte leefomstandigheden, dat verweerder zich onterecht met haar huishouding bemoeit en dat zij niet de financiële middelen heeft om particulier te huren. Tevens stelde zij dat de Huisvestingsverordening in strijd is met hogere regelgeving en internationale verdragen, en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beleids- en beoordelingsvrijheid heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het beleid niet onredelijk is. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een urgent woonprobleem of dat zij niet op de particuliere markt kan huren. De internationale verdragen en Grondwet bieden geen directe grond voor toewijzing. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat geen onbillijkheden van overwegende aard zijn aangetoond.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.