ECLI:NL:RBDHA:2022:11597
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent woonprobleem en niet-toepassing hardheidsclausule
Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij met haar partner en twee jonge kinderen bij haar moeder woont, wat leidt tot stress en spanningen. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, waaronder het ontbreken van een urgent woonprobleem en het feit dat het woonprobleem door eigen handelen is ontstaan.
Eiseres betwist dit en stelt dat zij feitelijk dakloos is en niet over financiële middelen beschikt om zelfstandig te huren. Zij voert ook aan dat de Huisvestingsverordening in strijd is met hogere regelgeving en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze gronden reeds zijn behandeld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld en dat het beleid gericht is op een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad. De door eiseres geschetste omstandigheden zijn onvoldoende om een urgent woonprobleem aan te nemen of om af te wijken van het beleid middels de hardheidsclausule.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen urgentieverklaring ontvangt en de gemaakte proceskosten niet worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.