ECLI:NL:RBDHA:2022:11599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens niet voldoen aan Huisvestingsverordening en geen urgent woonprobleem
Eiser, een 70-jarige man met fysieke en mentale gezondheidsklachten waaronder zuurstoftekort na COVID-19 en een hartaanval, verzocht om een urgentieverklaring voor huisvesting. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, wees dit verzoek af omdat eiser niet had gereageerd op beschikbare woningen en niet voldeed aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019.
Eiser stelde in beroep dat de verordening onjuist werd toegepast, dat zijn medische situatie rechtvaardiging bood voor urgentie en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beoordelingsbevoegdheid heeft en dat het beleid gericht is op rechtvaardige verdeling van schaarse woningen. De rechtbank vond dat verweerder terecht het verzoek afwees op grond van de algemene weigeringsgronden.
De medische verklaring van eiser kon het oordeel niet wijzigen, omdat niet is gebleken dat eiser met zijn inschrijfduur geen gelijkvloerse woning kan verkrijgen. Ook de omstandigheden van eiser rechtvaardigen volgens de rechtbank geen afwijking van het beleid. De rechtbank concludeert dat er geen strijd is met de Huisvestingswet en dat er geen urgent woonprobleem is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.