ECLI:NL:RBDHA:2022:1161
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag statushouder Duitsland
Verzoeker, een statushouder uit Duitsland, heeft een asielaanvraag ingediend die op 24 november 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 28 januari 2022 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig. Na de zitting is het verzoek om voorlopige voorziening direct afgewezen.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL21.18398) die op dezelfde dag is gedaan, en acht een voorlopige voorziening niet nodig. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.