ECLI:NL:RBDHA:2022:11620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens status in Denemarken ongegrond verklaard
Eiser, een Syrische nationaliteitdragende asielzoeker, diende op 18 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het feit dat eiser reeds internationale bescherming geniet in Denemarken, waar hij een geldige verblijfsvergunning bezit tot 30 januari 2023.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn toelating tot Denemarken en dat hij bij overdracht een reëel risico op indirect refoulement loopt, mede vanwege verschillen in beschermingsbeleid tussen Nederland en Denemarken en zijn psychische problematiek.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser opnieuw zal worden toegelaten tot Denemarken, aangezien eiser geen concrete aanwijzingen had geleverd dat zijn status was ingetrokken of dat hij niet zou worden toegelaten. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico op indirect refoulement bestaat, noch dat eiser niet effectief beroep kan doen in Denemarken. De psychische problematiek van eiser rechtvaardigde geen andere conclusie.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.