ECLI:NL:RVS:2022:1864
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens risico indirect refoulement bij overdracht aan Denemarken
De vreemdeling, met de Syrische nationaliteit, kreeg in 2015 een verblijfsvergunning asiel in Denemarken, die in maart 2021 niet werd verlengd. Vervolgens vroeg zij asiel aan in Nederland, waar de staatssecretaris haar aanvraag niet in behandeling nam omdat Denemarken verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De vreemdeling stelde dat zij bij overdracht aan Denemarken het risico loopt op indirect refoulement, omdat Denemarken een ander beschermingsbeleid hanteert en zij mogelijk wordt uitgezet naar Syrië.
De rechtbank oordeelde dat Denemarken verantwoordelijk is en dat er geen aannemelijk risico is op schending van het verbod op refoulement, mede omdat Denemarken het asielverzoek in behandeling neemt en het Refugee Appeals Board individuele gevallen beoordeelt. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State stelt het toetsingskader vast voor indirect refoulement in Dublinzaken. Hoewel lidstaten mogen vertrouwen op elkaars bescherming, moet een vreemdeling aannemelijk maken dat er een evident en fundamenteel verschil in beschermingsbeleid bestaat en dat de rechter in de verantwoordelijke lidstaat hem niet beschermt tegen refoulement. De vreemdeling heeft dit aangetoond met algemene informatie en een uitspraak van het Refugee Appeals Board die haar verblijfsvergunning niet verlengde.
De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat het risico op indirect refoulement bij overdracht aan Denemarken kan worden uitgesloten. Daarom vernietigt de Raad van State het besluit en het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd vanwege het reële risico op indirect refoulement bij overdracht aan Denemarken.