Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, kreeg op 3 februari 2022 een terugkeerbesluit opgelegd en op 8 en 11 maart 2022 maatregelen van bewaring. Hij stelde beroep in tegen deze besluiten, waarbij het beroep tegen het terugkeerbesluit te laat werd ingediend. De rechtbank oordeelde dat eiser vanaf de dag van uitreiking bekend was met het besluit en dat het risico van het niet tijdig inschakelen van rechtsbijstand voor zijn rekening komt.
De rechtbank beoordeelde de rechtmatigheid van de ophouding van eiser op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en concludeerde dat deze rechtmatig was vanwege het ontbreken van identificerende documenten en de noodzaak tot verificatie van zijn verblijfsrechtelijke positie.
De maatregel van bewaring werd gerechtvaardigd door het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de voorbereiding van zijn uitzetting zou belemmeren. De rechtbank vond de zwaarwegende gronden 3b en 3c feitelijk juist en voldoende om de maatregel te dragen. Daarnaast werd geoordeeld dat er zicht is op uitzetting naar Algerije, mede door een recente toezegging van de Algerijnse consul.
De rechtbank wees alle beroepsgronden van eiser af en verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de maatregelen van bewaring zijn ongegrond verklaard.