Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 23 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Overwegingen
In de eerste plaats wijst de rechtbank erop dat eiser niet als vluchteling is erkend maar subsidiaire bescherming heeft gekregen. Onzeker is dus of eiser bescherming geniet omdat hij te vrezen heeft voor de Eritrese autoriteiten, zodat ook onzeker is of van eiser niet verlangd kan worden dat hij zich wendt tot de Eritrese autoriteiten. Ter zitting heeft eiser zich gepresenteerd als ‘tegenstander van het regime’, maar dat is niet nader onderbouwd.
Beslissing
mr.M.W.M. Bankers, griffier.