ECLI:NL:RBDHA:2022:11643
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Eiseres werkte als medewerker catering en meldde zich ziek vanwege medische beperkingen waaronder een slecht kortetermijngeheugen en een beschadiging aan haar linkeroog. Verweerder beëindigde haar Ziektewetuitkering per 29 augustus 2020 na medisch en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat zij ten minste 65% van haar oude loon kon verdienen.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen, met name op het gebied van focussen en oogklachten, onvoldoende waren meegenomen. De rechtbank stelde vast dat het beoordelingsmoment 29 augustus 2020 was en dat alleen medisch objectiveerbare beperkingen relevant zijn. Diverse rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bevestigden dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat eiseres geschikt was voor de geduide functies.
De rechtbank heropende het onderzoek vanwege onduidelijkheden over de beperking in focussen, waarna aanvullend medisch onderzoek plaatsvond. Dit onderzoek bevestigde de eerdere conclusies zonder aanleiding tot aanvullende beperkingen. Ook de arbeidskundige beoordeling motiveerde dat het hoge handelingstempo in de functies niet aan de orde was en dat eiseres deze functies kon vervullen.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk niet volledig gemotiveerd was, werd dit gebrek door de rechtbank gepasseerd omdat het besluit met gelijke uitkomst zou zijn genomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 29 augustus 2020.