ECLI:NL:RBDHA:2022:11725

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
NL22.10125
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Verzoeker diende op 1 juni 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog op 25 augustus 2022 een beslissing genomen. Hierop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank een bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten indien het bestuursorgaan alsnog tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen.

De rechtbank acht het verzoek om vergoeding van proceskosten gegrond en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten. Deze vergoeding is vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en betreft een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift, aangezien het beroep alleen zag op het niet tijdig nemen van een besluit.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.10125

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam] verzoeker

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 1 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 november 2021.
Op 25 augustus 2022 heeft verweerder alsnog beslist op de asielaanvraag.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank oordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank vast op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van €759 en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van mening dat de
wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig
nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 379,50
(driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.