ECLI:NL:RBDHA:2022:11725
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Verzoeker diende op 1 juni 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog op 25 augustus 2022 een beslissing genomen. Hierop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank een bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten indien het bestuursorgaan alsnog tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank acht het verzoek om vergoeding van proceskosten gegrond en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten. Deze vergoeding is vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en betreft een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift, aangezien het beroep alleen zag op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.