Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser](hierna te noemen: eiser), V-nummers: [v-nummer 1] en [v-nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres en haar minderjarige zoon, beiden Turks staatsburger, vroegen asiel aan wegens mishandeling en bedreiging door haar ex-partner en een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije.
Verweerder achtte de identiteit en nationaliteit van eisers geloofwaardig, maar verwierp de verklaringen over mishandeling en bedreiging als ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelde dat eiseres tegenstrijdige verklaringen gaf over de duur van haar relatie en het wettelijk huwelijk met een andere man, zonder bewijs te leveren.
De medische stukken konden niet overtuigend worden gekoppeld aan de gestelde mishandelingen. Ook de late melding van meerdere pogingen Turkije te verlaten en het ontbreken van aangifte van mishandeling ondermijnden de geloofwaardigheid.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat de ex-partner na 2018 nog mishandelingen of bedreigingen heeft gepleegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot asiel werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.