ECLI:NL:RVS:2022:1733

Raad van State

Datum uitspraak
20 juni 2022
Publicatiedatum
20 juni 2022
Zaaknummer
202203154/1/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel in hoger beroep

De vreemdelingen hebben bij besluit van 24 juni 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Hiertegen hebben zij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 12 mei 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdelingen stelden vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In het hoger beroep heeft de Raad van State geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe grieven bevat die het oordeel van de rechtbank kunnen ondermijnen of die vragen oproepen die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Hierdoor is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

De Raad van State heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te kennen aan de vreemdelingen. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 juni 2022 door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202203154/1/V1.
Datum uitspraak: 20 juni 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 mei 2022 in zaak nr. NL21.11747 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 12 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. O. Sarac, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    Een zelfstandig oordeel in de uitspraak van de rechtbank is namelijk niet met een grief bestreden, terwijl dit oordeel de uitspraak van de rechtbank alleen kan dragen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. H.J.M. Baldinger, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2022
574