ECLI:NL:RBDHA:2022:11754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde garageboxen en afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar garageboxen, die door verweerder is vastgesteld op €45.000 per onroerende zaak met waardepeildatum 1 januari 2019. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede op basis van een waarderapport met vergelijkingsobjecten die marktconform zijn.
Eiseres voerde aan dat de vergelijkingsobjecten niet vergelijkbaar zijn vanwege ligging op eigen grond en andere factoren zoals bodemdaling en coronacrisis, maar deze stellingen worden door de rechtbank verworpen wegens onvoldoende onderbouwing of irrelevantie voor de waardepeildatum.
Daarnaast is het beroep ontvankelijk verklaard ondanks een lichte overschrijding van de termijn, omdat aannemelijk is gemaakt dat het beroepschrift tijdig is verzonden. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, mede vanwege verlenging van de redelijke termijn door de coronacrisis.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde waarde en aanslagen niet te hoog zijn en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarde worden ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.