ECLI:NL:RBDHA:2022:11804
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens illegale uitreis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het besluit is gebaseerd op het feit dat eiser Nederland is binnengekomen met het doel illegaal uit te reizen naar Groot-Brittannië, zonder de juiste papieren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom sprake is van onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen en dat de zware en lichte gronden in het Vreemdelingenbesluit 2000 van toepassing zijn. Eiser betwistte dit, maar kon niet aantonen dat hij zich rechtmatig in Nederland bevond of dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn wens om in Duitsland te werken, maar de rechtbank vond dat verweerder relevante omstandigheden voldoende had meegewogen en dat de enkele wil van eiser niet zwaarwegend genoeg was om het inreisverbod te voorkomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.