ECLI:NL:RBDHA:2022:11815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiseres was werkzaam als huishoudelijk medewerkster en meldde zich ziek per 21 december 2018. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij vanaf 21 januari 2020 geen recht meer had op Ziektewetuitkering, omdat zij in staat was meer dan 65% van haar loon te verdienen. Eiseres maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van de verzekeringsartsen en het arbeidsdeskundige onderzoek als zorgvuldig en duidelijk. De klachten van eiseres, waaronder schouder- en polsklachten, zijn in de Functionele Mogelijkheden Lijst verwerkt. Eiseres bracht geen nieuwe medische informatie die het oordeel zou kunnen ondermijnen. Haar verzoek om een onafhankelijke arts werd afgewezen.
De arbeidsdeskundige had drie functies geduid die eiseres zou kunnen verrichten, waarmee zij 95,6% van haar loon zou kunnen verdienen. Het argument van eiseres dat minimaal dertig arbeidsplaatsen moesten worden aangetoond, is achterhaald door gewijzigde regelgeving. De rechtbank concludeerde dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.