ECLI:NL:RBDHA:2022:11817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vergunning op grond van de Waterwet voor aanleg steiger en buispalen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen een vergunning die de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan derde-partij heeft verleend op grond van de Waterwet. De vergunning betreft het gebruikmaken van het rijkswaterstaatwerk Nieuwe Maas en de primaire waterkering door het aanleggen en behouden van een steiger, loopbrug en twee buispalen nabij Molendijk 90 te Krimpen aan de Lek.
Eiseres stelde dat de steiger op een plek is voorzien waar haar boten mogen liggen en dat zij recht heeft op een steiger ter hoogte van het naastgelegen perceel. Zij voerde aan dat de komst van de steiger problemen bij het aanmeren van haar boten zou veroorzaken en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat de vergunning niet in strijd was met de doelstellingen van de Waterwet, zoals het voorkomen van overstromingen en het beschermen van watersystemen.
Verder stelde de rechtbank dat het aanmeren van boten en huur- en gebruiksverhoudingen geen rol spelen in deze vergunningprocedure, maar mogelijk wel bij een omgevingsvergunning die hier niet ter beoordeling lag. Er was geen aanleiding om te oordelen dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan of dat het besluit in strijd was met wet of rechtsbeginselen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 21 juli 2022 door rechter J. Schaaf.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning op grond van de Waterwet is ongegrond verklaard.