ECLI:NL:RBDHA:2022:11828
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en IVA-uitkering WIA
Eiser, sinds 2008 werkzaam als logistiek medewerker, is sinds 2013 arbeidsongeschikt. Diverse besluiten van het UWV hebben zijn mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld, waarbij geschil bestaat over de mate en de duurzaamheid hiervan. Verweerder stelde in het bestreden besluit de arbeidsongeschiktheid per 19 april 2020 vast op 39,86%, terwijl eiser een duurzame volledige arbeidsongeschiktheid (80-100%) en een IVA-uitkering vordert.
De rechtbank benoemde een revalidatiearts als deskundige, die concludeerde dat eiser een chronisch pijnsyndroom heeft met forse beperkingen en een ongunstige prognose voor duurzame inzetbaarheid. De deskundige achtte de eerder gehanteerde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) te rooskleurig. Verweerder bracht een verzekeringsarts in die het standpunt van de deskundige betwistte, maar de rechtbank volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit berust op een ondeugdelijke medische grondslag en dat verweerder het besluit moet herstellen door een nieuwe FML op te maken en een nadere arbeidskundige beoordeling te verrichten. Tevens moet verweerder beoordelen of eiser recht heeft op een IVA-uitkering. De rechtbank stelde een termijn van tien weken voor herstel en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt herstel van het bestreden besluit wegens ondeugdelijke medische grondslag en stelt een termijn van tien weken voor het herstel.