Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, werd op 29 maart 2022 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het beschikbaar zijn van noodzakelijke bescheiden voor zijn terugkeer naar Bulgarije. Eiser stelde dat het niet vaststaat dat hij niet wil meewerken aan zijn terugkeer, omdat vertrekgesprekken ontbraken in het dossier.
De rechtbank oordeelde dat het voldoende vaststaat dat eiser niet wil terugkeren naar Bulgarije, mede op basis van het gehoor en vertrekgesprek van eind maart 2022. Het ontbreken van andere vertrekgesprekken deed hieraan niet af. Ook werd geoordeeld dat verweerder niet had hoeven volstaan met een lichter middel, omdat eiser geen acties had ondernomen om Nederland te verlaten en expliciet had verklaard niet terug te willen keren.
Eiser voerde aan dat een vlucht naar Bulgarije op 7 april 2022 niet doorging vanwege zijn weigering voor een PCR-test, maar de rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld met een nieuwe overdrachtsdatum en quarantaineafspraken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.