ECLI:NL:RBDHA:2022:11909
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in uitstel van vertrek vreemdeling
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om geen uitstel van vertrek te verlenen vanwege zijn medische situatie. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard in het bestreden besluit van 8 februari 2022. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een andere zaak op 15 april 2022 behandeld, waarbij partijen niet verschenen. Verzoeker werd vrijgesteld van griffierecht omdat hij voldeed aan de voorwaarden daarvoor.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.3817) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek daarom af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en definitief, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.