ECLI:NL:RBDHA:2022:11936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring mvv-aanvraag wegens ontbreken procesbelang na inreis Nederland
Eiseres, met de Syrische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het verblijfsdoel nareis. Na diverse eerdere afwijzingen en procedures is eiseres Nederland binnengekomen zonder de mvv-procedure af te wachten en heeft zij een verblijfsvergunning asiel aangevraagd.
Verweerder verklaarde de aanvraag van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk omdat zij geen actueel en reëel belang meer had bij de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar. Eiseres voerde aan dat zij door het verkrijgen van een mvv een betere rechtspositie zou krijgen, onder meer omdat zij dan een verblijfsvergunning voor vijf jaar zou ontvangen en niet gebonden zou zijn aan asielzoekerscentrumregels.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang meer heeft omdat zij reeds legaal in Nederland verblijft en via de asielprocedure dezelfde toets op nareis wordt toegepast. Het bezwaar was daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Ook is het afzien van het horen van eiseres in bezwaar gerechtvaardigd. De rechtbank wijst het beroep af en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres geen procesbelang meer heeft na haar inreis in Nederland.