Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2022 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (het college)
Inleiding
.
Rechtbank Den Haag
Eiser ontvangt sinds 2014 een bijstandsuitkering en werd uitgenodigd voor een speedmeet schoonmaak als re-integratievoorziening. Het college legde een maatregel op door de uitkering met 100% te verlagen voor de duur van een maand, omdat eiser volgens het college niet meewerkte aan de speedmeet. Eiser betwistte dit en stelde dat hij niet goed was geïnformeerd en onterecht was verwijderd.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel degelijk was uitgenodigd voor een hoor- en wederhoorgesprek en dat hij in de bezwaarprocedure zijn zienswijze kon geven, waardoor de hoorplicht niet is geschonden. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat eiser weigerde mee te werken, onder meer door het rapport en verklaringen van betrokken medewerkers.
Verder is vastgesteld dat de speedmeet een passende voorziening was, gericht op de ervaring en interesse van eiser. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn gedrag hem niet verwijtbaar is. Ook zijn er geen dringende redenen om de maatregel te matigen, mede omdat eiser medewerking aan een psychodiagnose heeft geweigerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de maatregel en wijst het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor de duur van een maand.