ECLI:NL:RBDHA:2022:1204
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering schijnrelatie
Eiser, van Vietnamese nationaliteit, vroeg om wijziging van zijn verblijfsvergunning van studie naar verblijf bij een familie- of gezinslid. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een gemeenschappelijke huishouding en het vermoeden van een schijnrelatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser voldoende Engels sprak om in die taal te worden gehoord, mede gelet op een rapport van Talking English en het gebruik van Google Translate tijdens het gehoor.
Daarnaast heeft verweerder het positieve bewijs voor de relatie, waaronder meerdere getuigenverklaringen, ten onrechte zonder nadere motivering terzijde geschoven. De rechtbank benadrukt dat getuigenverklaringen, ook al zijn ze niet volledig objectief, niet zonder meer mogen worden genegeerd als zij samen met andere stukken een samenhangend beeld geven.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de verklaringen en stukken in samenhang moeten worden beoordeeld. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrekkige bewijswaardering.